Wij moeten dankbaar zijn dat zo’n gebied nog bestaat, maar in de winter van 1942 op 1943 zaten de mannen van Swallow daar beslist niet voor hun plezier. De sfeer van onzelfzuchtigheid van het Swallow- team gedurende hun gedwongen verblijf op de Hardangervidda is beslist opmerkelijk. Iedereen die gedurende een langere periode met een groep mensen in de wildernis heeft gezeten begrijpt dat de spanningen hoog op kunnen lopen en zelfs de onderlinge band tussen de leden op het spel kan zetten.
Hen was nooit verteld wat het eigenlijke doel van de missie was en zij hadden geen idee wat er voor de Geallieerden op het spel stond. Op hun schouders lag een loodzware taak, namelijk de toekomst van een vrije wereld. Zij wisten ook niet dat Churchill in Londen handenwringend op nieuws over hun missie zat te wachten, net als Roosevelt in Washington. Voor hen was het slechts een taak die hun was opgedragen in het kader van een wereldoorlog. Ondanks de immense problemen die zij moesten zien te overwinnen, klaagden zij daar nooit over in hun communicatie met Londen. Ook vielen zij nooit tegen elkaar uit ondanks hun wanhopige situatie. Het is bepaald niet overdreven om te stellen dat de dood, of een ernstige ziekte, hen dagelijks gedurende die periode in de ogen keek. Toch was hun gevoel voor humor en het gevoel van een onbreekbare onderlinge band de reden dat zij voortdurend hun grenzen van menselijk kunnen verlegden en daardoor in staat waren hun missie te volbrengen.

Poulsson:
“Wij konden allemaal skiën, wij konden allemaal kaartlezen, konden kompas lezen en wij hadden de vaardigheden om de extreme kou zelfs buiten te overleven als wij niet in staat waren om op tijd naar de hut terug te keren. Eenzaamheid heeft een lichamelijk aspect, maar het psychologische aspect is ook heel belangrijk. Langzamerhand leer je je kameraden erg goed kennen, alle hun goede en slechte eigenschappen. Een klein dingetje kan onder die omstandigheden een enorme zaak worden, maar ik had het geluk dat ik mannen van het hoogste kaliber bij mij had. Kameraadschap is heel belangrijk en mijn mannen hadden de juiste mentaliteit. Zij hadden een enorm uithoudingsvermogen. Als zij zagen dat er iets moest gebeuren dan deden zij dat gewoon zonder eerst te wachten of een ander het zou doen. Zij vonden het heel belangrijk om goede vrienden te blijven. Als één de mannen niet over de juiste kwaliteiten beschikt had dan had ons leven daar een hel kunnen worden”.

Het team trok verder naar de Svensbu hut, ook wel Fetter genaamd in de buurt van het Store Saurameer. Daar kregen zij eindelijk weer eens een goede maaltijd binnen toen Helberg wat vis bemachtigde die bij een hut in de buurt begraven was. De Svensbu hut was de beste hut waar zij tot nu toe verbleven. Hij lag goed verscholen, was niet aangegeven op de lokale kaarten en nog belangrijker: het lag vlak bij een berkenbos waar haardhout gehaald kon worden. In de hut was ook een houtkachel aanwezig waar ook niet gedroogd hout in gestookt kon worden. Hier konden zij gewoon houthakken en het direct opstoken, terwijl het niet eerst gedroogd moest worden zoals in de andere hutten. Wanneer de dood, of een ernstige ziekte op de loer ligt als gevolg van kou in combinatie met hongersnood, dan is het feit dat je het ergens warm kunt maken een enorme opsteker.
De hutten waren van vitaal belang voor de leden van Swallow. In extreme kou is het van groot belang dat kleding, tenten en andere uitrusting kan drogen en dat ook het lichaam weer op kan warmen en bijtanken. Zij konden op eenvoudige manier warm blijven door de kachel aan te steken en te wachten tot de vloer en de wanden opgewarmd waren om dan vervolgens onder de huiden te kruipen. Maar om warm te blijven was hout nodig en hoe verder zij vanuit de vallei de helling op trokken, des te schaarser de bomen werden. Dus moesten zij halsbrekende toeren met de slee uithalen om hout uit de dalen te bemachtigen.
Hout maakt je twee keer warm, eerst om het te verzamelen en daarna door het verbranden, zo vertelden zij elkaar, maar de negatieve kant van het verhaal was dat zij met het verzamelen van hout meer energie gebruikten dan het lichaam aanmaakte als gevolg van ondervoeding en de alom aanwezige kou en andere activiteiten als jagen en verkenningen. Ondanks de problemen om het te verzamelen verschafte het hout hun toch warme maaltijden, warme drank en droge kleren. Dat was de enige vorm van comfort die zij gedurende de lange en zeer koude winter hadden.

Voedsel daar in tegen, of beter het gebrek er aan, werd een steeds groter wordend probleem en dit hadden zij steeds al in hun achterhoofd sinds zij voor het eerst voet in Noorwegen hadden gezet.  Hun rantsoenen waren voor het eind van oktober al gehalveerd en nu was alles op. Het hoofdbestanddeel van hun voorraad had uit een substantie bestaan genaamd Pemmican, wat van oorsprong afkomstig was van de inheemse stammen van Noord-Amerika die jagers en vissers waren in het Canadese sub-poolgebied. Verbasterd van het woord Pemikan van de Cree-indianen, bestaat Pemmican uit gedroogd vlees, vet en fruit dat fijngemaakt en vermalen wordt tot een drab met een zeer hoge voedingswaarde. Een perfect soldaten- rantsoen dat rauw, of met bouillon aangemaakt, gegeten kan worden.  Over het algemeen waren de rantsoenen van voldoende kwaliteit, maar het probleem was de kwantiteit. Zij hadden niet kunnen weten dat zij gedwongen waren zo lang op de komst van de Gunnerside te moeten wachten en dat het zo’n strenge winter zou worden die hen van al hun krachten beroofde.

Terwijl Poulsson de krachten uit zijn kameraden zag wegvloeien en zelf ook steeds verder achteruit ging, ging hij toch elke dag er op uit met zijn Krag-geweer over zijn schouder. Op de grote witte ijskoude vlakten van de Hardangervidda was hij voortdurend op zoek naar voedsel. Men ervaart een sterk gevoel van eenzaamheid en onbeduidendheid wanneer men alleen in zo
’n gebied is en er in de verste verte geen mens te bekennen is. Op een heldere dag kun je op de Hardangervidda in de winter heel ver kijken, Hij kon er echter niet van genieten, duizelig van moeheid en ondervoeding sleepte hij zichzelf door de sneeuw in een wanhopige poging om zijn team en zichzelf in leven te houden. De eerder beschreven gevoelens werkten daardoor nog sterker op hem in.

Het gesteente van de Hardangervidda werd 1000 miljoen jaar geleden gevormd door vulkanische activiteit voordat de ijstijd het gebied 9000 jaar geleden omvormde tot Europa’s grootste bergplateau. Sporen van bewonens dateren van 6000 voor het begin van onze jaartelling. Het was tijdens het Stenen Tijdperk dat de mens forel naar de meren en rivieren bracht, dit legde de basis voor de huidige hoeveelheid vis die hier nu te vinden is.
Noorwegen heeft de grootste kuddes rendieren van heel Europa, maar zij waren nergens te bekennen, ondanks dat Poulsson elke dag zo
’n 25 kilometer aflegde, als het weer tenminste niet te slecht was.
De bergen in het hart van de Hardangervidda zijn net een klok waar de kuddes rendieren gedurende seizoenen omheen trekken, maar die tijd was nog niet aangebroken toen Poulsson de horizon afspeurde.
Eindelijk op
23 december 1942, sprong zijn hart op terwijl hij voor de zoveelste keer met zijn verrekijker de omgeving afzocht. Zag hij werkelijk bewegende stippen in de verte, of hallucineerde hij? Hij keek nog een keer, maar het waren werkelijk rendieren, zij waren er eindelijk!
Hij stond bewegingsloos stil en stond te bedenken hoe hij deze uiterst gevoelige dieren ongezien moest zien te naderen. E
én ondoordachte beweging of  geluid zou deze dieren weer over de horizon jagen en zij zouden pas stoppen wanneer zij er zeker van waren van hun belager verlost te zijn. Rendieren hebben een sterk ontwikkeld reuk orgaan, maar Poulsson was een ervaren jager en langzaam sloop hij richting de kudde. Door langzaam te bewegen kreeg hij het voor elkaar om de kudde niet op hol te laten slaan en zorgde hij ervoor dat hij de wind niet achter zich kreeg zodat de dieren hem zouden ruiken. Hij trilde van opwinding en inspanning terwijl hij de kudde steeds dichter naderde. Van opwinding kon hij al bijna het sappige rendiervlees in zijn mond proeven en hij wist dat als hij er een schoot, hij en zijn teamleden voor een week te eten hadden. Als hij de dieren bang zou maken dan was het niet te voorspellen wanneer hij een tweede kans zou krijgen. Hij wist dat de mannen onder zijn commando op het punt stonden ernstig ziek te worden. Het komende uur was de meest kritische van hun leven. Het was ook van vitaal belang voor het slagen van de geplande aanval op de fabriek in Vemork. Als de vier waren overleden, of zo ziek waren geworden dat zij niet meer konden functioneren, dan zou SOE de operatie waarschijnlijk afgeblazen om de levens van zes mannen niet te riskeren, omdat er geen accurate inlichtingen voorhanden zouden zijn. Hoe moest SOE weten als zij het contact met Swallow verloren hadden of zij niet door de Gestapo gearresteerd waren, of onder druk van martelingen waren doorgeslagen?

De dieren waren gestopt met grazen aan de rand van een meer op de bodem van de vallei en Poulsson zat in de val. Als hij zich in een bepaalde richting bewoog zouden de dieren hem zien, bewoog hij de andere kant op dan zouden zij hem ruiken. Hij was gedwongen te blijven zitten en af te wachten tot de dieren de steile helling weer op zouden komen. Hier zat hij goed verscholen en de dieren zouden vanzelf in zijn schootsveld komen. De zon begon al onder te gaan en de temperatuur begon weer snel te dalen. Hij begon bang te worden voor bevriezingsverschijnselen en daarom begon hij gekke gezichten te trekken in een poging de bloedcirculatie op gang te houden. Af en toe trok hij zijn handschoen uit om een bepaald punt op zijn gezicht te masseren waarvan hij vond dat het te stijf werd. Terwijl hij daar lag begon hij ook met zijn tenen wiebelen en zijn baard te wrijven zodat die ook niet zouden bevriezen. Twee stieren begonnen van de kudde af te dwalen en bewogen zich in de richting van hem, maar zij waren nog steeds buiten het bereik van zijn geweer.
Hij moest nu snel handelen voordat het donker werd en ondanks zijn voorzorgsmaatregelen begon hij toch last te krijgen van bevriezingsverschijnselen. Op het moment dat de stieren naar de kudde begonnen terug te keren nam hij de gok. Hij liet zijn ski
’s en rugzak achter, kwam uit zijn dekking en begon de helling af te dalen, maar het was glad en terwijl hij viel draaiden de stieren zich om en zagen hem. Zij gooiden hun poten in de lucht en begonnen op de grond te stampen om de kudde te alarmeren en vervolgens sloeg deze op hol en verdween met hoefgetrappel, wat veel sneeuw deed opstuiven, over de heuvel. Deze aanblik was voldoende om een man te laten janken, aldus Poulsson. Maar hij was nog niet verslagen, hij zocht zijn spullen bij-elkaar, deed zijn ski’s onder en begon hun spoor te volgen. Rendieren hebben geen goed geheugen en hij zag hen weer in het volgende dal. Deze keer was hij in staat om de dieren zo dicht te naderen dat hij kon schieten. Hij wilde echter zo dicht bij komen dat hij er zeker van kon zijn dat zijn schot raak was, maar aan de andere kant werd hij steeds lichter in zijn hoofd vanwege de kou. De zon was al bijna achter de bergen verdwenen en het zou snel te donder worden om nog te kunnen schieten. Hij hoopte twee dieren te kunnen schieten, want hij wist uit ervaring dat hij er één zou kunnen schieten zonder dat de kudde alarm zou slaan. In de winter weergalmt op de Hardangervidda allerlei gekraak wat op geweervuur lijkt als men niet getraind is. De rendieren waren aan deze geluiden gewend en Poulsson zou er een om kunnen leggen met een welgericht schot en deze zou dan in de sneeuw vallen alsof het ging liggen. Poulsson zou daardoor nog een keer kunnen schieten voordat de kudde daadwerkelijk op hol zou slaan. Hij richtte en haalde de trekker over. De dieren bewogen geen centimeter en zijn hoop vervloog toen de kudde direct op de vlucht sloeg. Misschien waren de dieren gealarmeerd door de inslag van de kogel in de sneeuw en terwijl zij vluchten vuurde hij nog twee schoten af. Binnen een paar seconden was de kudde uit het oog verdwenen. Als scherpschutter en ervaren jager kon hij niet geloven dat alle drie de schoten gemist hadden. Bijna wanhopig stond hij op punt om naar de hut terug te keren toen hij een bloedspoor in de sneeuw ontdekte. Fanatiek beklom hij de heuvel en net over de rand lag zijn prooi, een jonge hinde. Duizelig van de kou en vermoeidheid legde hij aan en vuurde. De hinde sloeg tegen de grond. Terwijl hij naarstig in zijn rugzak naar zijn beker zocht, begon hij onbedaard te lachen, wetende dat hij en zijn kameraden die avond en de dagen daarop als Noorse Koningen konden dineren. Zij waren gered! Hij ving snel het bloed op dat uit de wond van het dier spoot en dronk het gulzig op voordat het zou bevriezen. Het bloed van de prooi opdrinken is gebruikelijk onder jagers uit het noorden, het gaf hem meteen een energiestoot en warmte.

Hij kreeg voor een deel zijn krachten terug en begon het dier te villen en in stukken te snijden. De kop en de tong, de favoriete delen van Poulsson, gingen als eerste in de rugzak, gevolgd door de vettere delen, zoals  ribben, hart, lever en nieren. Om zichzelf op de been te houden begon hij tijdens het snijden op rauwe stukken vet te kauwen en dronk het merg, wat uit de beenderen liep, op.  Terwijl de zon onderging bedekte hij de rest van het karkas met de huid zodat hij dit de volgende dag op kon halen. Met een rugzak vol eerste- klas vlees en een emmer vol gestold bloed vertrok Poulsson snel naar de hut. Deze zware last te dragen was in zijn conditie een bijna onmogelijke opgave. Op de terugweg zag hij nog een kudde rendieren die meteen verdween toen zij hem aan de horizon zagen strompelen, maar Poulsson wist nu dat het team de komende weken voldoende te eten zou hebben.

De rendieren trekken in de winter naar het zuiden en het feit dat hij zelfs een tweede kudde had gezien gaf aan dat er nu duizenden dieren op de Hardangervidda zouden rond lopen.
Poulsson kwam de hut binnen bedekt onder gestold rendierbloed en de anderen juichden van vreugde. Het zou uiteindelijk toch nog een feestelijke periode worden voor de jonge Noren, relatief gezien dan.
“Kerstmis was erg aangenaam omdat wij zo’n feestmaal hadden, aldus Helberg, Wij hadden een kleine kerstboom, luisterden naar muziek op de radio en hadden een prima tijd”.

De meeste jongens groeiden in die tijd in Noorwegen op met de boeken van de legendarische Helge Ingstad, een ontdekkingsreiziger, pelsjager, poolreiziger, historicus en schrijver. Van oorsprong was Ingstad advocaat, maar hij bracht veel tijd in de bergen door. Uiteindelijk verkocht hij zijn zeer succesvolle praktijk in Levanger. Ingstad die in 2001 overleed op 101 jarige leeftijd, bracht veel tijd door met de Noord-Amerikaanse inboorlingen in Canada en hij ontdekte de overblijfselen van een Vikingnederzetting in Newfoundland.

Ingstad had drie jaar, van 1926-1929, in de Northwest Territories van Canada doorgebracht; zomer en winter en de laatste winter zelfs alleen. Gedurende acht maanden van het jaar kon hij alleen maar kariboevlees eten. Van een lokale indianenstam, de kariboe-eters, had hij geleerd wat hij moest eten zodat zijn krachten niet snel af zouden nemen. Hij moest het eten van gedroogd vlees combineren met vet en rauw beenmerg. Als hij geen vet tot zich nam kon hij niet voldoende eten naar binnen krijgen zonder een vol gevoel te krijgen, ook kreeg hij het aanzienlijk sneller koud. Naast vet en beenmerg geeft ook het eten van hart, nieren, lever, maaginhoud, hersenen, neus, uier, tong en het kraakbeen van het strottenhoofd de benodigde variatie. De inhoud van de maag, wat hoofdzakelijk uit half verteerd mos bestaat en die rijk is aan vitamines, wordt gekookt in het bloed van de prooi. Na zijn terugkeer in Noorwegen werd hij in 1932 benoemd tot gouverneur van Erik-the-Red Land, een stuk van Groenland dat door de Noren was geannexeerd. In 1933 besloot het Internationale hof van Justitie in Den Haag dat de annexatie niet legaal was en dat Noorwegen het stuk land weer aan Denemarken moest over dragen. Hierna werd Ingstad benoemd tot gouverneur van Svalbard (Spitsbergen en de omringende eilanden). Dit was voor hem de ideale combinatie, hier kon hij zijn beroep uitoefenen en het leven leiden dat hij in Canada gewend was. Zijn boek
“Pelsjegerliv” inspireerde een aantal generaties Noren en zijn beschrijvingen over de eetgewoonte van de indianen waren daardoor bekend bij Poulsson en zijn kameraden. Door het lezen van Ingstad’s boeken wisten zij dat het mos in de maag van een rendier eetbaar was en hoe het bereid moest worden. Poulsson: “Van zijn boeken had ik geleerd hoe wij van alleen louter vlees konden leven zonder er ziek van te worden”.
Die dag en de weken daarna at het viertal het rendier haast met huid en haar op, zelfs de botten werden gebruikt om soep van te koken. De beste stukken waren niet langer de malse steaks die zij aten toen het nog vrede was,  nu waren andere delen favoriet . Zij verlangden naar vet, wat hun geplaagde spijsvertering nodig had bij gebrek aan koolhydraten en suiker. Het favoriete deel van het dier was het vet achter de oogleden en het beenmerg net boven de hoeven. Zij aten ook de neus,de lippen, de hersenen, de ogen en al de andere vitale organen. De huiden gebruikten zij om de vloeren en de deur mee te bedekken. De botten werden vermalen en gedurende 48 uur gekookt tot het een dikke, smakelijke geleiachtige substantie werd die zij aan hun pap toevoegden.

Maar het deel van het dier dat hen werkelijk in leven hield was de half verteerde mos in de maag van het rendier. Deze was rijk aan vitamine C en koolhydraten en dit voorkwam dat hun bloedsuikerspiegels onder een gevaarlijk niveau kwamen. Vet en prote
ïne eten zonder koolhydraten is hetzelfde als een kaars laten branden zonder lont. Het mos werd gemengd met bloed en opgewarmd en het werd een ware delicatesse voor de commando’s. Poulsson vertelde eens: “Wij gebruikten alles van het dier, behalve de ballen en de hoeven. De kop was het beste deel en met de huiden maakten wij de hut warmer”.

De rendieren zijn de eigenlijke helden van dit verhaal. Zonder hen had Swallow het in de bergen niet vol kunnen houden. Of zij waren allen overleden, of zij waren gedwongen uit de bergen te komen en riskeerden daarmee gearresteerd te worden. Marteling en executie was het lot van verzetstrijders en Engelse agenten. Het Swallow-team wist dat hun lichamen om medische gronden meer nodig hadden dan vlees en water om voor een langere periode op de been te blijven. Hun lichamen zouden hen vanzelf laten weten dat zij ook vitamines en koolhydraten nodig hadden. De rendieren en hun maaginhoud redden hen.

Het slechte nieuws was echter dat zij nog een maand langer moesten wachten op de komst van Gunnerside omdat het weer tijdens de maanperiode in december zo slecht was geweest dat de RAF hen niet had kunnen droppen. De volgende maand ging voor het team in een vermoeiende routine voorbij. Hun baarden werden langer, hun huid werd geelachtig, maar dankzij de rendieren, Helge Ingstad, hun eigen overlevingstechnieken en de kracht van hun geest, waren zij nog steeds in leven.



(naar volgend hoofdstuk)
Gunnerside
weggum.com
Tot op het bot, deel 2.