Jan Haakman (Ringeling) Weesp 6 augustus 1899.
Hij was in de jaren twintig een zakenman die zich in diverse beleggingen stortte. Hij trachtte in 1920 een pand aan Dirk Vrijenhoek te verkopen tegen betaling van waardeloze effecten. In 1932 organiseerde hij de verkoop van premieobligaties voor ABEX, het bedrijf dat later in handen van Zwolsman kwam. Hij verkocht obligaties en ridderorden. Er werd vier keer proces-verbaal tegen hem opgemaakt wegens oplichting. Hij organiseerde loterijen voor liefdadigheidsverenigingen, waarbij hij een deel van de opbrengst mocht houden. Hij verkocht academische diploma’s en ridderorden.
Hij werd in de jaren dertig filmproducent en stichtte de bedrijven Instituut voor Onderwijsfilms en de Nederlandsche Leerfilm Centrale in Nederland en Gloria in Berlijn. Gloria werkte vaak samen met Universum Film AG, beter bekend onder de afkorting UFA. UFA was berucht om zijn antisemitische films. De UFA was aan het einde van de Eerste Wereldoorlog door generaal Erich Ludendorff opgericht voor propagandadoeleinden en als dekmantel voor geheime diensten. In de jaren dertig werd het bezit van de staat en ging nationaalsocialistische en antisemitische propagandafilms maken.
Haakman werkte gedurende de jaren dertig voor Duitse filmbedrijven. Hij werd door de secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken Jhr. Aarnout Snouck Hurgronje aangezocht als koerier voor de Nederlandse regering om diplomatieke stukken naar de ambassade in Berlijn te brengen, maar hier werd een einde aan gemaakt toen uitkwam dat hij van de gelegenheid gebruik maakte om deviezen te smokkelen; zijn koerierspas werd echter niet ingenomen, zodat hij door kon gaan met smokkelen. In 1939 werd Gloria overgenomen door UFA. In hetzelfde jaar ging hij kortstondig failliet.
Hij werd meteen aan het begin van de bezetting lid van de NSB met stamboeknummer 107256. Hoewel alle filmcamera’s door de Duitsers in beslag werden genomen, mocht hij ze behouden om voor de ontspanning van Duitse militairen te werken. Hij werd inkoper van filmmaterialen en vervolgens allerlei andere zaken voor de Wehrmacht. Dat inkopen moest hij meestal op de zwarte markt doen, waarmee hij in korte tijd schatrijk werd.
Omdat hij ook oneerlijk tegenover de Duitsers was, werd hij gearresteerd. Na een paar weken werd hij weer vrijgelaten, maar kreeg van de Inspectie Prijsbeheersing een boete van een half miljoen gulden opgelegd (nu na inflatiecorrectie zes miljoen Euro). Dit geeft inzicht hoeveel hij wist te roven. Uiteindelijk hoefde hij de boeten niet te betalen, maar moest wel bij het Sonderkommando Frank aan de slag als V-Mann bij de bestrijding van zwarte handel. Dat stelde hem in staat om zelf nog meer goederen te roven en op de zwarte markt te verkopen. Hij werkte toen onder de Duitser Fritz Hillesheim.
In opdracht van de Omnia Treuhandgesellschaft liquideerde hij verschillende Joodse ondernemingen. Hij kocht verschillende van de joden gestolen panden. Hij kocht een zakenpand aan de Weteringkade 51, waarin vervolgens Zwolsman soms korte tijd overnachtte en mensen gevangen hield. Sommige panden kocht hij aan op naam van zijn broers, omdat hij vreesde dat zijn bezittingen na de oorlog wel eens geconfisqueerd konden worden. Ook verkocht hij via Zwolsman weer een aantal Joodse panden, zodat de nieuwe eigenaren niet door hadden dat hem om gestolen Joods bezit ging. Hij werd de chef van Zwolsman bij het Sonderkommando Frank van de Duitse contraspionage. Hij kocht van Zwolsman voor 100.000 gulden aandelen in diens bedrijf Nassaulaan. Hij kreeg van Frank opdracht om te trachten verzetsbewegingen te infiltreren; hij gebruikte daarbij de schuilnaam Ringeling.
De Weteringkade waar Haakman aan de overkant op nummer 51 een zakenpand had, waar Zwolsman soms door hem gearresteerde gevangenen opsloot om die af te kunnen persen.
De chef Friedrich Frank van het gelijknamige Sonderkommando voor de contraspionage voorzag Haakman van Bescheinigungen, waarin stond dat alle Duitse autoriteiten hem desgewenst hulp moesten bieden en hem vergunning gaven om een pistool te dragen. Hij kreeg dan ook een FN kaliber 6.35 pistool. Bij zijn activiteiten als V-Mann gebruikte hij de schuilnaam Ringeling.
De Duitse contraspionage fingeerde in Helvoirt een wapendropping. Daarbij lokte Haakman een verzetsgroep in de val waarna dertien mensen gedood werden in het vuurgevecht dat ontstond en de fouillering van de overlevenden. Op instigatie van enkele politiemannen van de Documentatiedienst verraadde hij het onderduikadres van de vooroorlogse Joodse Inlichtingendienstman De Beer. Die werd door de Sicherheitsdienst gearresteerd, waarna zijn vrouw afgeperst werd om zogenaamd vrijwillig een pakket aandelen ter waarde van 82.000 gulden af te staan.
Hij zorgde voor de vrijlating van ruim 250 gearresteerde welgestelde Nederlanders die daarvoor een losprijs moesten betalen aan de Sicherheitsdienstfunctionarissen. Dit was een onderdeel van het door Fritz Hillesheim opgestelde corruptie- en chantagespel bij de Sicherheitsdienst. De winst zette Haakman om in onroerend goed en juwelen. Hij bewerkstelligde ook de vrijlating van de Inlichtingendienst- en Sicherheitsdienstman, later BVD’er Van der Ploeg, terwijl die zelf beweerde ontsnapt te zijn. Van der Ploeg was na Dolle Dinsdag uit zijn functie bij de Sicherheitsdienst gedeserteerd en daarom gearresteerd.
Hij maakte deel uit van een keten van informatiedoorgevers, waarmee een Spiel (Welk Spiel?)met Londen gespeeld werd. Het Bureau Bijzondere opdrachten in Londen zond een gecodeerd bericht naar de Geheime Dienst Nederland (GDN). Die was geďnfiltreerd door de V-Mann Zwolsman voor Friedrich Frank van de Duitse contraspionage. De GDN zat in het Vredespaleis (Hier zat Cock van Paaschen!). De berichten werden gedecodeerd. Een lid van de GDN liet die berichten door een koerierster bij Zwolsman afleveren. Zwolsman gaf ze door aan Haakman en die bezorgde ze bij Frank en die gaf ze weer door aan zijn chef Joseph Schreieder die de leiding had over de Duitse contraspionage. Schreieder schreef een reactie en die volgde de omgekeerde weg.
De chef van de Duitse contraspionage wilde begin 1945 besprekingen met het verzet regelen. Eigenlijk was dat flauwekul, want het betrof een verzameling van echte verzetsmensen en collaborateurs, die voor de zekerheid wat lijntjes naar verzetsgroepen hadden uitgezet. De meeste relaties betroffen rechtse tot extreemrechtse groeperingen zoals de Ordedienst, of rechtse vertegenwoordigers van verzetssamenwerkingen zoals de Landelijke Organisatie, het Nationaal Comité en het Medisch Contact. Voor dat doel werd Haakman ingezet, die vervolgens Zwolsman benaderde. Haakman was beoogd als een van de deelnemers, maar hij kwam te laat.
Haakman kreeg in februari 1945 van Armin Hinckfusz van de Duitse contraspionage opdracht om een spionageorganisatie in Nederland op te bouwen voor na de Duitse nederlaag. Dit was een onderdeel van de operatie Werwolf, die later opging in de SOAN en nog later in de geheime organisatie Operatiën & Inlichtingen die tot in de jaren negentig zou blijven bestaan.
Op 3 maart 1945 werd Bezuidenhout gebombardeerd. Daarbij werd het woonhuis van Haakman totaal verwoest en de inhoud totaal vernietigd. Haakman, zijn vrouw en hun kind liepen geen schrammetje op. Waarschijnlijk was hij van tevoren gewaarschuwd voor het bombardement, dat door het Sonderkommando Frank was uitgelokt in een Spiel met Londen.
In maart 1945 zorgde Haakman voor de benodigde Fahrbescheinigungen om de chauffeur van Zwolsman de politicus Willem Drees op te halen voor besprekingen met de Duitse contraspionage. Andere deelnemers aan die besprekingen waren het hoofd van de Sicherheitsdienst in Den Haag Johannes Munt, de chef van de Duitse contraspionage Joseph Schreieder en de V-Mann Reinder Zwolsman.
Reinder Zwolsman had in april 1945 aan Johan Fentener van Vlissingen een Rotterdams flatgebouw verkocht voor drie miljoen gulden. Maar het probleem was dat er nog niet getekend was en Fentener van Vlissingen in Utrecht gevangen zat en dreigde gefusilleerd te worden. Zwolsman beloofde Haakman 100.000 gulden als hij kans zag te bereiken dat er alsnog getekend werd. Haakman ritselde de vrijlating bij de Sicherheitsdienst, die was goed omkoopbaar, haalde Fentener van Vlissingen uit de gevangeis en leverde hem af op het kantoor van Zwolsman.
In februari 1945, toen de hongersnood op zijn hoogst was, handelde hij op grote schaal zwart in aardappelen, die hij door zijn relaties binnen de Sicherheitsdienst, zoals Siegfried Schuster, per binnenschip kon laten aanvoeren.
Opmerkelijk is dat Haakman na het bombardement op Bezuidenhout inwoonde bij George Meijer, die evenals Haakman V-Mann voor Friedrich Frank was, terwijl op diens landgoed De Woldberg in Epe de communistische vrouw Mijntje Tettero oppaste. De echtgenoot, een communistische verzetsman, zat in een concentratiekamp, en met als onderduiker de belangrijke Duitse communistische vluchteling Heini Meyer (spion en anti-Duitse activist voor Moskou). Heini Meyer woonde al voor de oorlog bij Tettero.
Na de oorlog kwam de V-Mann Zwolsman bij de politieke recherche werken en liet zijn ‘goede vriend’ Haakman arresteren, daarbij nam Zwolsman grote hoeveelheden kostbare goederen in beslag die hij vervolgens voor zichzelf hield. Het vermogen van Haakman werd op 15 miljoen gulden geschat (nu 85 miljoen Euro). Hij werd gedetineerd, maar zonder veroordeling vrijgelaten. Wel moest hij zijn aankopen van Joodse panden afstaan, maar mocht zijn bergen juwelen behouden.
In 1948 wilde Friedrich Schallenberg zich tot Nederlander laten naturaliseren. Daarvoor had hij uit Keulen een afschrift van zijn geboorteacte nodig. Een schriftelijke aanvraag lukte niet. Haakman had toen nog steeds contact met zijn voormalige chef bij de Sicherheitsdienst Oskar Wensky, die weer bij de politie in Keulen werkzaam was. Hij vroeg Wensky om een afschrift van de geboorteacte, waarna Schallenberg zij naturalisatieverzoek kon indienen.
Haakman stond na de oorlog in nauw contact met de Inlichtingendienst. Hij vroeg in augustus 1983 een verzetspensioen aan bij de Stichting 1940-1945.
Bron: https://www.rudi-harthoorn.nl/collaborateurs-spionnen-infiltranten-en-andere-anti-communisten-a-k/
WEGGUM.COM